Parken en tuinen
In Sevilla is er een aantal heel mooie tuinen en parken. Sevilla is de stad van de sinaasappelbomen en elk voorjaar kan men genieten van de doordringende geur van de oranjebloesem. De meeste tuinen van Sevilla zijn naar de beste Arabische traditie enigszins geheimzinnig. De tuin van het Alcázar die als voorbeeld heeft gediend voor veel andere tuinen in de stad, is aangelegd in Mohammedaanse stijl met bevloeiingskanalen, watervallen, keramiek en veel exotische planten zoals jasmijn, nachtschade en bougainvillea. Het Mariá Luisapark is de belangrijkste groenzone van de stad, tesamen met de nieuwe parken die voor de Expo 92 aangelegd zijn. Dit park dat een oppervlakte heeft van meer dan 400.000 m2 is voortgekomen uit de romantische tuin van het Paleis van San Telmo die door de Fransman Forestier opnieuw aangelegd werd voor de Spaansamerikaanse Tentoonstelling van 1929.
Andere interessante tuinen zijn de tuinen van Murillo, tegen de muren van het Alcázar aan gelegen bij de ingang van de wijk Santa Cruz. Dit zijn echt Sevillaanse tuinen vol arcades, veel groen, betegelde banken en voorzien van weelderig bloeiende planten. De tuin van El Valle is gelegen naast een deel van de stadsmuur aan de vroegere rondgang. Het Park van Las Delicias en de Paseo del Marqués Alcalde de Contadero verfraaien de oevers van de rivier de Guadalquivir. Naar aanleiding van de Expo 92 werd aan de rechteroever van de rivier, ter hoogte van de calle Torneo, een groenzone aangelegd, evenals Parque del Alamillo, de tuin van de Guadalquivir en de tuin van San Jerónimo.
Torro del Oro
De Torre del Oro is een toren in Sevilla aan de Paseo Christóbal Colón en de Guadalquivir. Hij dateert uit de 1220 eeuw. Dit gebouw maakte vroeger deel uit van de Moorse stadswallen tussen de Reales Alcázares en de rest van de stad. In 1760 werd hij verbouwd en kreeg hij een klein torentje er bij. De naam Gouden Toren dateert uit de bloeitijd van Andalusië, toen de schepen vol met goud en juwelen uit de Amerikaanse koloniën binnenstroomden in Sevilla en hier werden gelost. Ook was de toren versierd met, inmiddels verdwenen, goudkleurige tegels. Hij diende ook als gevangenis, kapel, opslagplaats en tegenwoordig als maritiem museum. U kunt de toren beklimmen voor een mooi uitzicht.
La Plaza de Toros
Loop eens over het zand van de arena en voel u als één van de vele grote torero's die hier sinds 1761, het jaar waarin met de bouw werd begonnen, aan het werk waren. Oker, wit, hemelsblauw en bloedrood zijn hier de overheersende kleuren. De arena biedt plaats aan 14.000 toeschouwers. Ze is niet rond, maar enigszins ovaal, want de architect had zich een beetje vergist in zijn berekeningen. Het originele plan was overigens in de loop der jaren verloren gegaan. Stierengevechten (corridas) vinden plaats tussen april en oktober. Het is altijd een spectaculair gebeuren waar de oude Spaanse adel en de nieuwe rijken zich graag vertonen.
In het kleine museum vindt u gravures (kopieën) die eigendom waren van koningin Eugenia. Verder vindt u er informatie over het 'juego de cabezas y lancas' dat in zwang was tot het eind van de 15de eeuw en dat beschouwd wordt als de voorloper van de corrida (stierengevechten). Verder vindt u er portretten en kostuums van torero's. Drie opvallende stukken zijn: de opgezette kop van de moeder van de stier die Manolete doodde in augustus 1947, het schilderij 'Cape Rose' van Picasso, en een tekening van Cocteau. In Sevilla worden jaarlijks ongeveer veertig corrida's gehouden, tussen Pasen en oktober, meestal op zondag. In zeventig jaar tijd was er in Sevilla geen enkel dodelijk ongeval geweest, maar in 1992, het jaar van de expo, waren er kort na elkaar twee.
Reales Alcázares
Het Alcázar, door de UNESCO tot Erfgoed van de Wereld verklaard, is de oudste konklijke residentie van Europa. Op de plaats waar dit kasteel gebouwd is bevond zich vroeger respectievelijk een Romeinse nederzetting, een vroegchristelijke basiliek, Visigotische bouwwerken, een Arabisch verdedigingswerk en de eerste citadel van de 9de eeuw. Het paleis in mudejarstijl werd onder Pedro I gebouwd, een combinatie van gotische vormen met mudejar pleisterwerk en vakwerkplafonds. Een bijzondere vermelding waard zijn de Patio de la Montería, de Patio de las Doncellas en de Patio de las Muñcas, alsmede de indrukwekkende Ambassadeurszaal met de grote gouden koepel die halverwege de 15de eeuw gebouwd werd. Naast het mudejarpaleis staat het Paleis van karel V met de Tuinen van het Alcázar, een Arabische erfenis die later gedeeltelijk gerestaureerd werd in Renaissance- en romantische stijl.
De Kathedraal en De Giralda
De Kathedraal is door de UNESCO tot Erfgoed van de Wereld verklaard. Het bouwwerk staat op de plaats van de in de 15de eeuw gesloopte Hoofdmoskee van Sevilla, waarna begonnen werd met deze enorme constructie die gedurende verscheidene eeuwen het grootste kerkelijke bouwwerk van de christelijke wereld was. Het bestaat uit vijf schepen in gotische stijl met een groot dwarsschip waar de Hoofdkapel zich bevindt, met een fantastisch plateresk traliewerk en altaarstuk. Het ontwerp van de Kathedraal is te danken aan Alonso Martíez, Simón de Colonia en Juan Gil de Ontañó. De werkzaamheden werden afgesloten in 1506 met de Koninklijke Kapel in platereske stijl waar Ferdinand III en zijn zoon Alfons X de Wijze zijn begraven. Op het altaar staat een beeld van de beschermheilige van de stad, de Virgen de los Reyes.
In het interieur zijn vooral noemenswaardig de Kapel van de Virgen de la Antigua, bijzonder gewijd aan Columbus met daarnaast het Graf van Christoffel Columbus; het koor met het schitterende koorgestoelte in mudejarstijl en de weelderig versierde ombouw van het orgel in barokke stijl. Het Kathedraalmuseum herbergt werken van beroemde schilders, handschriften en koorboeken, misgewaden en siervoorwerpen, alsmede een prachtige verzameling goud- en zilverwerk. Eveneens een bezoek waard zijn de overblijfselen van de oude moskee, naast de Kathedraal, met name de Patio de los Naranjos, alsmede de Giralda, het meest karakteristieke monument van de stad. Het heeft een fundering van uit Itálica afkomstige Romeinse stenen, door de Almohaden in baksteen afgebouwd, met aan de buitenkant sebkaversieringen en bewerkte vensters in hoefijzervorm. De toren, een later christelijk bouwwerk, wordt bekroond door de prachtige klokkentoren in Renaissancestijl. Men wordt aangeraden de toren te beklimmen voor een schitterend uitzicht op de stad.