Het door stadswallen omringde Ávila toont de reiziger een verrassend middeleeuwse sfeer. Na waarschijnlijk ooit een Keltische nederzetting en met zekerheid een Romeinse stad geweest te zijn, werd Ávila ten tijde van de herovering een vrijwel onneembare vesting. De uit de 12de eeuw daterende Kathedraal waarvan de basis van de koepel geheel opgenomen is in de verdedigingsstructuur van de muur, herbergt ware schatten. Een bijzondere vermelding waard zijn het hoofdaltaarstuk met werken van Pedro Berruguete, de kooromgang van Fruchel en het houtsnijwerk van het koor en de grafmonumenten van Alonso Frenández de Madrigal ‘El Tostado’ en van Vasco de la Zarza, alsmede het Kathedraalmuseum.
Aan de buitenzijde van de negen toegangspoorten enkele waarvan, zoals de Poort van de Alcáar of de Poort van Sint Vincent, ware meesterwerken van verdedigingsbouwkunst, bevinden zich de Romaanse kerken van Sint Vincent, Sint Pieter, Sint Stefanus en Sint Andreas. Ook staat buiten de stadswallen het indrukwekkende Klooster van Sint Thomas, een blijvende herinnering aan het Katholieke Koningspaar en hun voortijding gestorven erfgenaam Don Juan. De Paleizen van de families Velada, Verdugo, Serrano, Áuila en de Toren van de familie Guzmán tonen de macht die de stad bezat gedurende de 15de en 16de eeuw. in het klooster van La Encarnación, alsmede in de kloosters van Sint Jozef en van La Santa treden miljoenen bezoekers uit de hele wereld in de voetsporen van Santa Teresa de Jesús en San Juan de la Cruz.
