De berg Montjuïc is 210 meter hoog en vormt de natuurlijke scheiding tussen de stad en het ten zuidwesten gelegen industriegebied Zona Franca. De berg is te herkennen aan het kasteel met de toepasselijke naam Castell de Montjuïc, dat op de top ligt. De top van de berg is onder meer te bereiken via twee verschillende kabelbanen.
Volgens sommige geschiedschrijvers zouden de eerste bewoners van Barcelona op de hellingen van de Montjuïc zijn neergestreken en er de vesting Barkeno hebben gesticht. Zeker is dat de Romeinen er huisden voordat ze hun nederzetting verplaatsten naar de Mont Taber, de huidige Barri Gòtic (Gotische wijk). Ze noemden de berg Mons Jovis, de Berg van Jupiter, vanwege de aan deze god gewijde tempel die er stond. Sommige geschiedschrijvers zeggen dat de berg hieraan zijn naam te danken heeft. Andere zeggen dat de naam een afgeleide is van Mont Judaicus, oud-Catalaans voor 'Berg van de Joden', zo genoemd omdat er in de Middeleeuwen een joodse begraafplaats lag.
De Montjuïc dankt zijn ontwikkeling grotendeels aan de wereldtentoonstelling van 1929. En zoals de gehele stad is ook de Montjuïc voor de Olympische Spelen van 1992 opgepoetst. De Anella Olímpica (Olympische Ring) is één van de hoogtepunten. Verder heeft de gemeente een aantal prachtige parken en een geweldig openluchttheater aangelegd en is het wegennet verbeterd. Op de Montjuïc kunt u de rust vinden waar u na enige dagen Barcelona wellicht aan toe bent, maar u kunt er ook dingen doen en zien. Er zijn musea gevestigd, waaronder de belangrijke Fundació Miró en het Museum d'Art de Catalunya.
Aan de zuidzijde bevinden zich de Olympische Stadions, terwijl er ook de nodige restaurants zijn te vinden. In de jaren tachtig van de 20ste eeuw is er één van de belangrijkste werken van de moderne architectuur herbouwd, het Paviljoen van Mies van der Rohe. Verspreid over de hele berg liggen bovendien bouwwerken die deel uitmaakten van de wereldtentoonstelling van 1929.