Aragon is geen streek om alleen maar als doorgangsroute te gebruiken, maar een gebied dat een uitgebreid bezoek waard is. Deze Autonome Gemeenschap met een geheel eigen, bijzondere en aantrekkelijke persoonlijkheid biedt een gevarieerd landschap, een interessant cultureel erfgoed en talrijke toeristische attracties die zelfs de meest veeleisende reiziger volkomen tevreden zullen stellen. Een heel complete zone waar men van velerlei aspecten zonder overdadigheid kan genieten. Een gebied waar de toerist nog de ruimte krijgt voor het ontdekken van contrasten en nuances zonder zich een nummer te voelen. Een regio met een beperkte oppervlakte, maar een wereld aan verrassingen. Aragon is 47.669 vierkante kilometer groot en is verdeeld in drie provincies, Zaragoza (17.252 km2), Huesca (15.613 km2) en Teruel (14.785 km2) met 729 kleine gemeenten. Het gebied is onderverdeeld in 33 gewesten.
Aragon ligt in het midden van het noordoostelijke gedeelte van Spanje, grenst aan vier autonome gemeenschappen en Frankrijk, en wordt omringd door de belangrijkste bevolkingscentra van Spanje. Van de Spaanse bevolking woont 76% op minder dan 450 kilometer afstand van Zaragoza. Aragon ligt midden in de kom van de Ebro met in het noorden de Pyreneeën en in het zuiden het Iberisch Gebergte. De Ebro, de grootste rivier van Spanje, loopt 330 kilometer lang door deze streek; meer dan de helft van het stroomgebied van 86.000 km2 bevindt zich in Aragon. Toch zijn Las Bárdenas in het westen en Los Monegros in het oosten spectaculaire woestijnachtige gebieden, een goed voorbeeld van de grote diversiteit. Iets meer naar het noorden, op de grens met Frankrijk, vormen de Pyreneeën het belangrijkste hooggebergte. De Pico Aneto is 3.404 meter hoog, maar in de Pyreneeën zijn er nog 26 andere bergtoppen met een hoogte van meer dan 3.000 meter.
Negentig kilometer van deze bergketen bevindt zich in Aragon, van de rivier de Gállego tot aan de rivier Noguea Ribagorzana, met 20 Pyrenese gletsjers in een landschap van valleien, parkachtige zones en prachtige natuurgebieden. Ook de zijrivieren Aragón en Cinca lopen door deze streek. Ten zuiden van de Ebro verrijzen de toppen van de Moncayo (2.345 m) en de bergketens van Albarracín, Montes Universales en Javalambre met meer dan 2.000 meter hoge toppen. Op de grens met de Valenciaanse Gemeenschap bevinden zich de bergen van Cucalón en San Justo. De belangrijkste rivieren zijn de Jalón-Jiloca, Huerca, Martín en Guadalope. Het zowel mediterrane als continentale klimaat zorgt voor een aangename lente en herfst. Gemiddeld is de neerslag gering (350 mm) hoewel deze in de Pyreneeën kan oplopen tot 2.000 mm. De reiziger kan genieten van 2.960 zonuren per jaar en zelfs biedt Aragon een geheel eigen hogedrukgebied waardoor ‘el cierzo' het dal schoonwaait dat er daardoor stralend uitziet.