Voor de miljoenen buitenlanders die zich bij Spanje het landschap voorstellen van Don Quichot, en de miljoenen toeristen die van Spanje alleen de Middellandse Zeekust kennen, is Galicië, met zijn Atlantisch landschap, land van duizend rivieren, van weiden en autochtone bossen, een hele nieuwe ervaring. Deze natuur in maagdelijke staat biedt de basis voor de grote mate van biodiversiteit, zoals de eendenmosselen die groeien op rotsachtige uitstulpsels in zee, de lamprei, met zijn aanblik van levend prehistorisch fossiel of de duizenden wilde paarden, die vrij leven in de Galicische bergen.
Het 30.000 vierkante kilometer grote land van Galicië is met zijn glooiende bergen en diepe dalen het oudste deel van het Iberische Schiereiland. De hoogste bergen liggen aan de oostkant; ze werden gevormd door tektonische bewegingen die de bergen van Cebreiro, Ancares, Ourel, Manzaneda en Trevinca opdrukten tot hoogten van tussen de 1.000 en 2.000 meter. Vanaf deze Galicische Olympussen dalen, door engten en kloven, onstuimige rivieren omlaag als de waterrijke Sil. Vanaf het hooggebergte met zijn eiken, taxusbomen, beuken, hazelaars en hulst, komen we door een rijk palet van groenkleuren, maïsvelden, kastanjebossen, dennen en berken, en een scala van geel- naar roodtinten van de wijngaarden en brem, bij de bijna mediterrane vegetatie van de kust, met mimosa's, camelia's, gardenia's, sinaasappel- en citroenbomen en palmen. En, daar doorheen verweven, de typische kleine akkertjes van de Galicische keuterboertjes, met moestuinen, weitjes, graanveldjes en grasland.
Eenmaal aangekomen bij de zee wachten nieuwe sensaties ons langs de 1300 kilometer lange kustlijn. Allereerst is er de geografische bijzonderheid van de ria's, brede inhammen door welke de zee het land binnenspoelt. Het is een typisch Galicisch aardrijkskundig verschijnsel, dat de basis verschafte voor de interactieve symbiose van land en zee, met ideale omstandigheden voor schaal- en schelpdiervisserij, alsmede voor de watersport, dankzij de gematigde zomers, met temperaturen van 18 tot 23 garden, en zachte winters, met minima van 8 graden Celsius. De betoverende schoonheid en rust van de ria's staan in schril contrast met de open zee. Ook onder de 700 stranden vinden we dit contrast, met enerzijds die welke uitkijken op het open water en, anderzijds, die welke hun geborgenheid danken aan hun ligging in de rustige en beschutte ria's; zilver- en goudkleurige zandstranden met de allerhoogste golven, geschikt voor wind- en golfsurf, of met het blakste water.
Veertig van de Galicische stranden krijgen elk jaar van de Europese gemeenschap de blauwe vlag, als waarmerk van hun schoon milieu. Een ander opvallend contrast vinden we tussen de enorme zandvlakten, als die van het strand van Carnota of de wandelende duinen van Corrubedo en Ribeira (La Coruñ), en de spectaculaire kliffen van, bijvoorbeeld, de Sierra da Capelada, waaronder de hoogste van Europa, de Vixía da Herbeira, met een loodrechte van naar beneden van 612 meter. Tenslotte vinden we er tal van eilandjes die baden in het turkoois van de Atlantische Oceaan, waaronder, in de mondingen van de Rías Baixas, de eilanden Cís, Ons en Sálvora (voor de Ria's van Vigo, Pontevedra en Arousa), en, tegenover Kaap San Adriá, in Malpica (La Coruñ), de Sisargas. Stuk voor stuk met prachtige eilandnatuur, schuilplaats voor goden, inktvissen, zeemeeuwen en aalscholvers, gewilde bestemming van vakantiegangers, dagjesmensen, vogelkijkers en bootjesvolk.
De regio Galicië heeft een bijzonder landschap en onderscheidt zich van de rest van de continentale kust door de Ria's, bergdalen die werden ingenomen door de zee. Deze Ria´s speelden een cruciale rol in de geschiedenis van Galicie, want ze vormden de toegangswegen voor Feniciers, Kelten en de Romeinen en waren een graag bezocht gebied voor Noormannen, Engelsen en Fransen, die er allemaal hun sporen hebben achtergelaten.