La Gomera is een van de Canarische eilanden en behoort zodoende tot Spanje. Het eiland ligt ingeklemd tussen de eilanden El Hierro, dat ten zuidwesten ligt en tussen La Palma dat ten noordwesten ligt en tussen Tenerife dat ten oosten ligt.
De herkomst van de naam La Gomera is onduidelijk. Volgens een van de theorieën daaromtrent gaat het om een verwijzing naar een nomadenstam uit het noorden van Afrika die vernoemd was naar de stamvader Gomer, een nakomeling van Noach. Weer een andere theorie legt de oorsprong bij de Marokkaanse nederzettingen van Ghumera in het Rifgebergte. Wat wij echter wel zeker weten is dat vanaf het moment dat admiraal Columbus naar de Nieuwe Wereld vertrok dit door de zee gekartelde eiland met de prachtige stranden aangeduid wordt met de naam Eiland van Columbus.
De ontdekkingsreiziger werd door deze kusten aangetrokken vanwege de beschutting van de baai van San Sebastián en vooral ook door de passaatwinden die tussen La Gomera en El Hierro in westelijke richting waaien. Al tijdens zijn eerste grote reis naar de ongekende bestemming sloeg hij hier water, brandhout en vooral ook vlees in, naast andere levensmiddelen, wat planten en ook dieren.
Het eiland La Gomera heeft een doorsnede van nog geen 27 kilometer. De oppervlakte is begroeid met weelderig groene palmbomen, laurierboombossen, omzoomd door zwarte stranden met kalm helder water. Het mooiste en magische gebied van dit ronde eiland is echter het Nationaal Park Garajonay, genoemd naar de geliefden die volgens de toverpriesters een onmogelijke liefde voor elkaar koesterden. Gara, dochter van de koning van La Gomera en Jonay, prins van Nivaria (Tenerife), kozen ervoor te sterven temidden van deze fantastische lommerrijke natuur omdat zij niet zonder elkaar konden leven.
La Gomera roept herinneringen op aan eeuwenoud trommelgeroffel, de gefloten communicatie tussen de inwoners, de guarapodrank gemaakt van het sap van de palmbomen en de trapsgewijze akkerbouw op de bijna loodrechte berghellingen.
