Bestuur

  • Spanje werd in 1975 een democratie toen er een einde kwam aan het dictatorschap van Franco, die sinds de Spaanse burgeroorlog (1936-1939) aan het bewind was geweest. In 1978 werd de regeringsvorm officieel veranderd in een constitutionele monarchie.

    Centraal bestuur - Spanje
    De centrale regering in Madrid heeft de uitvoerende macht; de Cortes Generales, het parlement, beschikt over de wetgevende macht. Het Spaanse parlement bestaat uit twee kamers: het Congres van Afgevaardigden, Congreso de los Diputados, dat 350 leden telt en vergelijkbaar is met de Tweede Kamer, en de Senaat, Senado, die uit 256 leden bestaat. De verkiezingen voor beide kamers vinden om de vier jaar plaats. De Congresafgevaardigden worden rechtstreeks gekozen, evenals 208 senatoren, terwijl de resterende 51 Senaatsleden door de autonome deelregeringen worden benoemd. De voorzitter van het Congres draagt een minister-president voor en wel diegene op wie het grootste aantal stemmen is uitgebracht, aan de hand van een kandidatenlijst.

    Regionaal bestuur - Spanje
    Spanje bestaat uit zeventien zelfstandige regio's, Comunidades Autónomas en uit de enclaves Ceuta en Melilla aan de kust van Noord-Afrika die sinds 1995 een beperkte vorm van zelfbestuur kennen. De grondwet van 1978 heeft de regering, die voorheen zeer centralistisch was, verregaand gedecentraliseerd. Regionale regeringen nemen tegenwoordig meer dan 45 procent van de publieke uitgaven voor hun rekening, de centrale regering 40 procent en de lokale autoriteiten 15 procent. De 17 regio's hebben elk hun eigen rechtstreeks gekozen parlement en regering. De zelfstandige deelregeringen hebben op hun beurt eigen Centrale Autonome Rechtbanken, de Tribunales Centrales Autonomicos.

    De zeventien Spaanse zelfstandige regio's tellen drie historisch gezien zelfstandige gebieden: Catalonie, het Baskenland en Galicie, elk met hun eigen taal. Verder zijn er vier zelfstandige regio's: Andalusie, Navarra, Valencia en de Canarische eilanden. De overige regio's, die langzaam overgaan naar zelfstandig gebied zijn: Castilla Leon, Castilla La Mancha, Aragon, Murcia, Balearen, Cantabrië, Asturië, Extremadura, La Rioja en Madrid. Samen tellen de regio's vijftig provincies.

    De verschillende Spaanse regio's zijn niet even machtig. De artikelen 143 en 151 van de grondwet beschrijven twee vormen van decentralisatie, waarvan artikel 151 het meest verregaand is. Baskenland, Catalonie en Galicie kregen het eerst de artikel-151 status, gevolgd door Andalusië, Navarra, Valencia en de Canarische Eilanden. Het regionale bewustzijn is het sterkst in Baskenland en Catalonië, wat heeft geresulteerd in verregaande verzelfstandiging. Deze beide regio's hebben naast een eigen scholings- en gezondheidszorgsysteem (gebruikelijk in artikel-151 regio's) zelfs hun eigen politiekorps. Het Baskenland kent bovendien een eigen belastingsysteem, evenals de regio Navarra. Navarra en het Baskenland vormen één land in de ogen van de Baskische nationalisten.

    Politieke partijen - Spanje
    Er zijn in Spanje drie politieke partijen op nationaal niveau en een handvol regionale partijen. Nationale partijen zijn de centrum-linkse PSOE (Partido Socialista Obrero Español), de centrum-rechtse PP (Partido Popular) en de communistische coalitiepartij IU (Izquierda Unida). De drie belangrijkste regionale partijen zijn de centrum-rechtse Catalaanse partij CiU (Convergencia i Unio), de centrum-rechtse Baskische Partij (PNV) en de separatistische Baskische partij HB (Herri Batasuna), die banden onderhoudt met de terroristische groepering ETA (Euskadi ta Askatasuna). De politieke geloofwaardigheid van HB en ETA is ook onder de Baskische bevolking aanzienlijk afgenomen, omdat het Baskische parlement inmiddels verregaande autonomie heeft verworven ten opzichte van de centrale regering in Madrid. De HB is sedert maart 2003 door goedkeuring van de nieuwe wet op politieke partijen onwettig verklaard.

    Spaanse Premier - Spanje
    José Luis Rodríguez Zapatero (4 augustus 1960, Valladolid) is een socialistisch Spaans politicus. Op 14 maart 2004 werd hij als lijsttrekker van de Spaanse Socialistische Arbeiderspartij (PSOE) gekozen tot premier van Spanje. Rodríguez Zapatero komt uit een familie van linkse politici. In 1982 was hij hoofd van de socialistische jongerenorganisatie in León. In 1986 werd hij gekozen als jongste parlementslid. In 1988 werd hij hoofd van de socialistische partij in León, en in 1997 drong hij door tot het partijbestuur.

    Na de tweede overwinning van José María Aznar in 2000 werd Rodríguez Zapatero gekozen als nieuwe partijleider. Hij vertegenwoordigde een progressieve groep binnen de partij, Nueva Vía, die geïnspireerd werd door Tony Blair. Zapatero kwam in de peilingen echter pas voorbij Aznars Partido Popular na de Bomaanslagen in Madrid van 11 maart 2004. Toen bekend werd dat al Qaida waarschijnlijk achter de aanslagen zat won de PSOE de verkiezingen. Rodríguez Zapatero verklaarde dat de PSOE terrorisme hard aan zou pakken. Hij hield zich echter wel aan zijn verkiezingsbelofte van terugtrekking van de Spaanse troepen uit Irak.

    Spaanse Koning - Spanje
    Juan Carlos Alfonso Víctor María de Borbón y de Borbón (Rome 5 januari 1938) is sinds 22 november 1975 als Juan Carlos I koning van Spanje. Hij is de zoon van Juan de Borbón en Maria de las Mercedes van Bourbon-Sicilië, achterkleindochter van Ferdinand II der Beide Siciliën. De vorige Spaanse koning Alfons XIII is zijn grootvader. Hij werd geboren in ballingschap in het midden van de Spaanse Burgeroorlog. Francisco Franco benoemde hem tot zijn opvolger en voedde hem op. Hij behaalde in Madrid zijn baccalaureaat en volgde een speciale opleiding in de Militaire Academie. In 1962 trouwde hij met prinses Sofia van Griekenland. Samen met zijn vrouw onderhield hij goede betrekkingen met de Generalissimo. Sofia schonk het leven aan drie kinderen, de infantes Elena en Cristina, die inmiddels al voor drie kleinkinderen gezorgd hebben en Felipe, prins van Asturië en huidige Spaanse kroonprins.

    In 1969 ratificeerde de Cortes Franco's voorstel om aan Juan Carlos de koningstitel te verlenen en legde hij de eed op de grondwetten af. Hij nam de functie als staatshoofd waar onder het franquisme (19 juli tot 2 september 1974 en van 30 oktober tot 20 november 1975) tijdens periode van ziekte van de dictator. Na diens dood werd hij tot koning uitgeroepen op 22 november 1975 en velen zagen in hem een marionet van de dictator. Tot verbazing van velen sloeg de nieuwe leider echter al snel een democratische koers in.

    De koning heeft daarmee een belangrijke rol gespeeld in de grotendeels geweldloze overgang naar een modern democratisch bestel in het land. Op 28 december 1978 werd de nieuwe democratische Grondwet van Spanje aangenomen. Hierdoor kwam de weg vrij voor een verzoening tussen de strijdende partijen van de Burgeroorlog en voor toetreding van Spanje tot de Europese Unie. Het verzekerde ook de positie van de constitutionele monarchie in Spanje.

    Bekijk aanbod Spanje