In 2008 telde Spanje naar schatting 46 miljoen inwoners. Dit betekent dat de Spaanse bevolking sinds 2001 is gegroeid met 5,2 miljoen inwoners.
De toename in de groei van het aantal inwoners is veroorzaakt door een aantal factoren, zoals de economische positie en het immigratiebeleid. Momenteel zijn er ongeveer 1,5 miljoen buitenlanders woonachtig in Spanje. Om dreigende vergrijzing tegen te gaan, is het noodzakelijk dat het geboortecijfer toeneemt tot 2,1 kind per vrouw. Het Nationaal Bureau voor de Statistiek in Spanje verwacht dat het geboortecijfer pas in 2025 zal afnemen.
Voornaamste steden en aantal inwoners, medio 2008
- Madrid: 3,128 miljoen
- Barcelona: 1,615 miljoen
- Valencia: 807.000
- Sevilla: 700.000Bevolkingsopbouw - Spanje
Het gebied rond de hoofdstad Madrid is verreweg het dichtst bevolkt met 625 inwoners per km2. De vier regio's hier omheen, te weten Castilla Leon, Extremadura, Castilla la Mancha en Aragon hebben daarentegen een gemiddelde bevolkingsdichtheid van minder dan 30 inwoners per km2. Deze vier centraal gelegen gebieden beslaan 52 procent van het totale landoppervlak, maar er woont slechts 16 procent van de totale bevolking.Al vele decennia ontvolken de Spanjaarden het platteland door naar de grote steden te trekken. Buiten Madrid is de bevolkingsdichtheid het grootst in de steden van de periferie, met name in Catalonië met de hoofdstad Barcelona, dat ook industrieel een van de belangrijkste gebieden is. Op de Balearen en op de Canarische Eilanden wonen eveneens relatief veel mensen. De bevolkingsdichtheid varieert daar tussen de 100 en 500 inwoners per km2.
Bevolkingsafkomst - Spanje
De Spaanse bevolking is van diverse etnische herkomst. De bewoners van Castilië, Andalusie, Asturie en Aragon hebben niet dezelfde voorouders. Ruw geschat is ongeveer 72 procent van de bevolking Spaans, 16 procent Catalaans, 8 procent Galicisch en 2 procent Baskisch. Van de buitenlanders die in Spanje wonen komt 51 procent uit de Europese Unie. De Basken zijn vermoedelijk nazaten van de oerbevolking en hebben net als de Catalanen een eigen taal. Ook de Galiciërs hebben een eigen volksaard en taal, die verwant is aan het Portugees. De hoofdtaal in Spanje is het Castilliaans (75 procent), maar het Baskisch (1,5 procent), het Catalaans (18 procent) en het Galicisch (6,5 procent) zijn officieel erkend. Deze nationale talen worden verplicht onderwezen in de desbetreffende regio's.Opleiding - Spanje
In Spanje gaan kinderen tussen de 3 en 5 jaar op vrijwillige basis en tussen 6 en 16 jaar verplicht naar school. De basisschool duurt zes jaar en daarna is er een middelbare schoolopleiding van vier jaar.In 2002 is de regering een hervormingsplan gestart dat het opleidingsniveau moet verbeteren. Het in de jaren zeventig afgeschafte eindexamen van de middelbare scholen is in 2002 heringevoerd. Voor verdere scholing kan de tweejarige Bachillerato als voorbereiding op de universiteit worden gevolgd. In opvolging van de verbetering van het middelbaar onderwijs wordt de komende jaren tevens geïnvesteerd in het hogere en academische onderwijs. In 2002/2003 bedroeg het aantal studenten 1,5 miljoen en iets meer dan 20 procent van de bevolking tussen de 25 en 65 jaar had een universitaire graad. Er is een aantal particuliere universiteiten, maar 91 procent van de studenten in het hoger onderwijs gaat naar staatsuniversiteiten.Beroepsbevolking - Spanje
De beroepsbevolking telde in 2003 ruim 18,8 miljoen mensen, waarvan er ongeveer 1,6 miljoen werkloos waren. Het werkloosheidpercentage schommelt sinds 2001 tussen de 10,5 procent en de 11,5 procent. De meerderheid van de werkende bevolking is actief in de dienstensector, gevolgd door de industrie en de bouw. De landbouw, visserij en bosbouw bieden slechts aan een gering aantal personen van de beroepsbevolking werk.