De economische groei in Spanje trekt na een periode van twee jaar stagnatie weer aan. Naar verwachting zullen noch de terroristische aanslagen noch de wisseling van de regering hier verandering in brengen. De reële groei van het Spaanse BBP over 2004 bedroeg circa 3 procent. Na een verwachte piek in 2005 met een BBP groei van 3,3 procent, zal de groei naar 2008 toe wat afnemen.
Groei Spaanse BBP, 2003 - 2008
Jaar BBP (reëel, in procenten)
- 2003 2,4
- 2004 3,0
- 2005 3,3
- 2006 2,9
- 2007 2,5
- 2008 2,2Zoals in de meeste Europese landen domineert de dienstensector de Spaanse economie, met 66,5 procent van het BBP in 2002. De groei van deze sector gaat voornamelijk ten koste van de landbouw, bosbouw en visserij (3,1 procent van het BBP in 2002) hoewel de afgelopen decennia ook het aandeel van de industrie in de Spaanse economie is afgenomen (20,8 procent van het BBP in 2002). De bouwsector vertegenwoordigt 10 procent van het BBP, wat historisch gezien zelfs vrij hoog is. Dit wordt verklaard door de sterke toename in bouwactiviteit in Spanje sinds 1997. Met name de toeristische sector is belangrijk. Spanje is een van de meest populaire toeristische bestemmingen ter wereld.
De meest belangrijke producerende industrie is de transportmiddelenindustrie met 5 procent van het BBP. Meer dan 80 procent van deze productie wordt geëxporteerd. Voor wat betreft de landbouw is Spanje een belangrijke producent van wijn, olijfolie, groente en fruit. De visserijsector is goed ontwikkeld, mede dankzij de maritieme ligging van het land en de hoge binnenlandse visconsumptie. Belangrijke Spaanse industriegebieden zijn gesitueerd in het Baskenland en in Cataluña. Belangrijke industrieën zijn de scheepsbouw, de staalindustrie, de textiel, de voedselverwerking, olie en chemische industrie en de auto-industrie. Activiteit in de bouwsector is sinds de toetreding van Spanje tot de Europese Unie sterk toegenomen.
Consumptie - Spanje
Met een lage consumentenprijsinflatie is het consumptieklimaat in Spanje gunstig. Rentepercentages zijn laag ten opzichte van andere Euro-landen wat de financiering van duurzame consumptiegoederen aantrekkelijk maakt. De regionale ongelijkheid in koopkracht is in Spanje groter dan in de meeste andere EU-lidstaten. Koopkracht is het hoogst in Baskenland, Catalonië, Madrid, Balearen en Navarra. Relatief laag is het inkomen per hoofd van de bevolking in Andalusië, Castilla, Extremadura en Galicië.Investeringen - Spanje
De rol van Spanje als buitenlandse investeerder wordt belangrijker. De netto uitstroom van directe en portfolio investeringen uit Spanje tussen 1997 en 2001 illustreert dit. Echter, in 2003 was weer sprake van een netto inwaartse stroom van directe investeringen in Spanje. Spanje is voor buitenlandse investeerders aantrekkelijk vanwege de relatief lage lonen, makkelijke toegang tot de EU-markt en de goede kwaliteit van leven. Daarnaast bevordert de Spaanse overheid directe investeringen door middel van incentives. Toch staan investeringen in Spanje nu onder druk vanwege de relatief verminderde aantrekkingskracht ten opzichte van Aziatische landen en de Centraal Europese landen die in mei 2004 tot de EU zijn toegetreden.Inflatie - Spanje
Naar verwachting zal de inflatie over 2004 2,1 procent bedragen terwijl die door de verwachte aantrekkende Europese economie in 2005 mogelijk 2,5 procent zal zijn.Werkgelegenheid - Spanje
Het lage groeipercentage van banen en het daarmee gepaard gaande hoge percentage van werkloosheid is jarenlang de achilleshiel van de economische ontwikkeling in Spanje geweest. Maar de afgelopen jaren zijn de omstandigheden op de arbeidsmarkt sterk verbeterd. Hervormingen in wetgeving hebben de flexibiliteit van de arbeidsmarkt verhoogt. Er is een sterke groei in de vraag naar arbeidskrachten: in 2003 werden al ruim 480.000 nieuwe banen gecreëerd. Naar verwachting neemt deze vraag toe en zal het werkloosheidspercentage de komende jaren verder dalen.Import/Export - Spanje
De binnenlandse vraag is uitbundig, waardoor de import flink is aangetrokken die naast een negatieve handelsbalans ook een negatieve bijdrage aan de economische groei over 2003 veroorzaakte. Het tekort op de handelsbalans is in 2004 verder toegenomen. De dure euro deed de export verslechteren. Naar verwachting zal de situatie over 2005 aanhouden. De EU-landen zijn de belangrijkste handelspartners van Spanje. In 2003 ging 71,8 procent van de Spaanse export naar 14 EU landen, terwijl 64 procent van de import uit dezelfde landen afkomstig was. Frankrijk is al jaren veruit het belangrijkste exportland voor Spanje en sinds 1993 is het ook het belangrijkste importland. Handel met Latijns-Amerika is sterk gegroeid.Economisch beleid - Spanje
Het Spaanse economisch beleid staat geheel in het teken van de wettelijk vastgelegde verplichting dat geen van de overheden (nationaal, regionaal en lokaal) een begrotingstekort mag hebben. In 2002 werd een wet aangenomen die de centrale overheid de mogelijkheid biedt regionale en lokale overheden wettelijk bindende limieten op te leggen ten aanzien van hun financiële uitgaven en tekorten. Sinds de jaren ’90 staat het Spaanse economisch beleid geheel in het teken van het voldoen aan de criteria van het EU-verdrag van Maastricht en van de Economische en Monetaire Unie. Fiscale hervormingen gingen samen met economische liberaliseringen en een succesvolle economie. Als gevolg van een voorzichtige monetaire politiek kon Spanje in 1999 als één van de oprichters toetreden tot de EMU.Centraal in het economisch beleid van de afgelopen jaren staan privatiseringen, belastinghervormingen en liberalisering van markten. De verkoop van staatsaandelen was aanvankelijk bedoeld ter bevordering van marktwerking (zoals autofabrikant SEAT in 1986); later werden het aantrekken van kapitaal en consolidering van overheidsfinanciën de belangrijkste argumenten. In 2000 werd een pakket van liberaliseringen gestart om de concurrentie te vergroten in de markten voor olie, gas, elektriciteit, telecom, boeken, farmacie, land en voertuiginspectie en bovendien werden de winkeltijden meer flexibel.
In januari 2003 werden ook de consumentenmarkten voor gas en elektriciteit geliberaliseerd. De regering van Aznar (Partido Popular) heeft de belasting over kapitaal, dividend en inkomen de afgelopen jaren verlaagd, hoewel indirecte belastingen over benzine, tabak en alcohol zijn verhoogd. De standaard percentages vennootschapsbelasting (35 procent) en de bijdrage aan sociale zekerheid (30,8 procent voor werkgevers en 6,4 procent voor werknemers) zijn ongewijzigd gebleven. Ondanks deze veranderingen en de herhaalde toezeggingen van de regering Aznar de rol van de overheid te reduceren, is de feitelijke belastingdruk in de afgelopen regeringsperiode van acht jaar toegenomen. Hoewel verschillende keren gewerkt is aan deregulering van de sterk gereguleerde arbeidsmarkt, blijft de werkloosheid in Spanje (in 2004 9,9 procent) het hoogst van de EU-landen.
De nieuwe regering Zapatero (van de PSOE, Spaanse Socialistische Arbeiderspartij) zal de koers van het economisch beleid waarschijnlijk niet drastisch wijzigen. Er is toegezegd begroting en financiën in lijn te houden met de EMU criteria. Het economisch beleid van de nieuwe regering zal de komende maanden in detail nog verder vorm krijgen.
Buitenlandse investeringen - Spanje
Buitenlandse investeringen in Spanje. De buitenlandse investeringen in Spanje bedroegen in 2000 in totaal 65.095 miljoen euro. In het eerste half jaar van 2001 werd er voor 16.014 miljoen euro door het buitenland geïnvesteerd. De grootste investeerder was de Europese Unie met 36,3 miljard euro. Daarvan was het Verenigd Koninkrijk met 16,1 miljard euro de grootste. Nederland investeerde voor 8,8 miljard euro en staat daarmee op de tweede plaats in de Europese Unie, gevolgd door Frankrijk, Portugal en Duitsland. De Verenigde Staten hebben in 2000 voor 27,2 miljard euro geïnvesteerd en staan daarmee, na de Europese Unie, op de tweede plaats. De Spaanse investeringen in het buitenland bedroegen in 2000 64,5 miljard euro en medio 2001 bedroeg dit reeds 33,6 miljard euro. Spanje investeerde voor 3,4 miljard euro in Nederland.