Spanje heeft leerplicht voor kinderen tussen 6 en 14 jaar. In deze periode volgen de scholieren het gemeenschappelijk onderwijsprogramma,de 'Educacion General Basica' (EGB). Daarna moet gekozen worden voor een beroepsopleiding of voor een algemene opleiding, die toegang geeft tot de universiteit. Met uitzondering van opleidingen aan een universiteit is het volgen van openbaar onderwijs op alle niveaus vrijwel kosteloos.
Het verplichte voortgezet onderwijs is het Educación Secundaria Obligatoria (ESO), van 12 tot 16 jaar, waarna de leerplicht stopt. Het ESO telt twee cycli van twee jaar. De tweede cyclus bevat de meeste vakken die in de eerste cyclus worden gegeven, aangevuld met een aantal keuzevakken dat stijgt tot 30%. Na het ESO krijgen de leerlingen een certificaat dat toegang geeft tot het Bachillerato. Ook kan men dan gaan studeren aan beroepsopleidingen. Het Bachillerato geeft toegang tot de universiteit. Men krijgt verplichte kernvakken en vakken van de richting die men kiest: techniek, kunst, natuurwetenschappen of sociale wetenschappen. Bovendien zijn er ook nu weer een aantal keuzevakken.
Het middelbaar beroepsonderwijs, het Formación Profesional Grado Medio, is niet erg populair in Spanje. Het duurt gemiddeld ongeveer twee jaar en de leerlingen krijgen naast algemeen vormende vakken vooral beroepsgerichte vakken. Het hoger beroepsonderwijs of Formación Profesional Grado Superior kan gevolgd worden met een diploma Bachillerato. Het universitair onderwijs is verdeeld in drie cycli. Na de eerste drie jaar is men "Diplomado" en met dat behaalde diploma kan de tweede cyclus gevolgd worden, die twee jaar duurt. Men is dan een "Licenciado", ongeveer te vergelijken met onze doctorandustitel. Hierna kan men doorstuderen voor de titel van "Doctor".
Spanje telt momenteel 62 universiteiten waarvan 19 particuliere. De universiteit van Salamanca is de oudste van Spanje en dateert van 1218. De Universidad Complutense van Madrid/Alcalá is een van de grootste ter wereld met meer dan 100.000 studenten. Andere grote universiteiten zijn die van Barcelona, Valencia, Sevilla, Granada en País Vasco. Het aantal universitaire studenten is in tien jaar verdubbeld tot meer dan 1,5 miljoen in 1999.
Het onderwijs in Spanje is lange tijd achtergebleven bij de rest van het moderne Europa. Met name het platteland, waar de afstanden groot zijn en de verbindingen slecht waren, kende een groot aantal analfabeten. Ook het geld dat voor onderwijs werd uitgegeven stak schril af bij andere landen in Europa. De kentering werd ingezet vanaf 1962 onder het Franco-regime. In nauwelijks vijftien jaar tijd is het budget voor het onderwijs met 100% gestegen. Het analfabetisme onder vooral de ouderen werd aangepakt door het Servicio de Educación Permanente de Adultos. Deze organisatie verzorgt cursussen lager onder onderwijs voor ouderen. De zeggenschap over het onderwijs is trouwens in handen van de autonome regeringen. Ook het onderwijs op afstand, de Educación de Distancia", zorgt ervoor dat steeds meer mensen gebruik kunnen maken van het onderwijssysteem, en dat geldt dan voor lager tot en met universitair onderwijs. In 1999 volgden meer dan 130.000 mensen op deze manier universitair onderwijs via de Universidad Nacional de Educación de Distancia, die zelfs vestigingen in het buitenland heeft.
Een derde van het aantal leerlingen gaat naar privéscholen die in handen zijn van particulieren of religieuzen. De meeste van deze scholen worden voor 100% gefinancierd door de overheid. Ze zijn dan wel verplicht een schoolbestuur te hebben en in principe iedere leerling toe te laten. Het onderwijs aan de staatsscholen is gratis.
Volgens de nieuwe onderwijswet van 1990, de Ley Orgánica de Ordenación General del Sistema Educativo (LOGSE), zijn er de onderstaande schooltypen in Spanje. Allereerst de Educación Infantil, het peuter- en kleuteronderwijs. Dit niet verplichte onderwijs bestaat uit een cyclus van drie jaar of van zes jaar. Daarna volgt het Educación Primaria, het basisonderwijs dat gegeven wordt van zes tot en met twaalf jaar en verplicht is. Er zijn drie cycli van elk twee jaar met een aantal verplichte en een aantal facultatieve vakken. Al in groep drie begint men met introduceren van een vreemde taal.