Wandelen Costa del Sol

  • Als u niet de hele dag op het strand wilt liggen, dan kunt u bijvoorbeeld een wandeling maken. Als u een auto tot uw beschikking heeft dan kunt u in de Sierra del Torcal bij Antequera, op ongeveer 60 kilometer vanaf Málaga, een klein natuurwonder ontdekken: het rotsenlabyrint van El Torcal. Hier kunt u drie schitterende wandeltochten door de natuur maken. Zoekt u het liever iest dichter bij huis dan kunt u ook in steden als Malaga en Marbelle mooie wandeltochten maken, die de dagelijkse vakantiesleur even doorbreken.

    Het rotsenlabyrint van El Trocal
    Wie in de vakantie 'de benen eens wil strekken', kan in de Sierra del Torcal bij Antequera, op ongeveer 60 kilometer vanaf Málaga, een klein natuurwonder ontdekken. Het hele gebied van Torcal is twintig vierkante kilometer groot en er lopen drie goed aangegeven paden doorheen, waarop zich in het hoogseizoen een toeristenkaravaan per ezel voorwaarts beweegt. Deze rondrit duurt één tot anderhalf uur en leidt door een sprookjesland van kalksteen met bizarre vormen: bomen, kegels, dwergen en reuzen. De paden zijn verschillend van lengte: 1,5, 2,5 en 4,5 kilometer lang. Telkens weer stuit u op nieuwe rotsformaties, die in miljoenen jaren zijn ontstaan door de invloed van het weer.

    Het bouwwerk van de natuur komt op de toerist over als een stad met dichtgemetselde ramen, stille straten en zwijgende, onzichtbare inwoners, die zich in hun huizen verschansen voor de nieuwsgierige blikken van de vreemdelingen. De met bonte pijlen gemarkeerde wegen leiden de bezoeker door een doolhof van rotsen zonder dat u dezelfde wegen voor een tweede keer terugziet. De beste tijd om deze rotsmassa te bezoeken, is 's morgens voor 10.00 of 's middags na 18.00. Romantici komen hier pas 's nachts bij volle maan om zich in een totaal andere wereld te wanen.

    Wandeling in Málaga
    Wie op plezierige wijze de benen wil strekken, heeft daartoe de beste gelegenheid in de beschaduwde omgeving van de Paseo del Parque. Langs de Avenida staan naast palmen tropische en subtropische gewassen. Hier komt ook de plaatselijke bevolking samen om te kijken en bekeken te worden. Ter gelegenheid van de 500ste herdenking van de ontdekking van Amerika werd een nieuw park gesticht. Het loopt tot aan de zee en sluit aan op de strandpromenade aan de westkant van de stad. Er ligt een grote vijver met een fontein, die tot 15 meter hoogte water spuit. In oostelijke richting ligt de Plaza de Toros, aan de westkant de Paseo de la Alameda. Vanaf hier is het nog maar een paar minuten lopen naar de kathedraal 'La Manquita'.

    Wandeling in Marbella
    Vanuit bouwkundig oogpunt gezien verdient de oude stadskern van Marbella een bijzondere vermelding. Hier is de middeleeuwse stad met kleine steegjes en witte huisjes bewaard gebleven. In het midden ligt de Plaza de los Naranjos, waaraan de belangrijkste gebouwen liggen: het raadhuis uit 1568 met een smeedijzeren balkon, de gevamgenis, de 'Casa del Corregidor' en de bedevaartkerk van de Heilige Jacob. De 'Casa del Corregidor' stamt uit 1552 en heeft een mooie, stenen gevel met een balkon waarin het wapen is opgenomen. Verder verdient het aanbeveling om in de wandeling de Arabische Burcht (Alcazaba) op te nemen, die aan één kant van de stad goed beschermd op een uitstekende punt staat.

    Wandeling in Ronda
    De verbeterde weg van San Pedro de Alcántara beperkt de reistijd vanaf de kust naar Ronada tot circa 1 uur; hierdoor werd het historische isolement van dit bergoord opgeheven. Ronda (30.000 inwoners) ligt zeer spectaculair op een hoge rots boven een ravijn dat de stad in tweeën deelt. Het oude Moorse deel, La ciudad, ligt aan de zuidzijde en is door een 18de-eeuwse brug verbonden met El Mercadillo (markt), het stadsdeel dat na de Reconquista ontstond.

    Het ravijn, dat bekendstaat als El Tajo, is een diepe, smalle kloof in de aarde; het komt 150 meter lager uit bij de Río Guadalevín, een zijrivier van de Guadiaro. Tijdens de Burgeroorlog executeerde men hier nationalistische rebellen door ze in de afgrond te werpen. Hemingway vermeldt deze praktijk in zijn roman 'For Whom The Bell Tolls'. Vanaf de Puente Nuevo (Nieuwe brug), die sinds 1788 onafgebroken in gebruik is, is er een mooi uitzicht over het ravijn en de velden daarachter, maar het is even indrukwekkend om vanaf de wandelpaden in de kloof van beneden naar boven te kijken.

    Steek de brug over en wandel naar La Ciudad, de oude Moorse enclave die pas in 1485 in christelijke handen viel. Rechts aanhoudens komt u bij het Plaza de Campillo, een ander mooi uitzichtpunt. In de verte cirkelen gieren boven de kam van de Serranía de Ronda. Een pad hier leidt omlaag naar de Arco de Cristo, een oude Moorse Poort met mooi uitzicht op de Puente Nuevo van onderaf, en loopt verder naar de velden onder de kliffen.

    Aan één kant van het plein staat het Palacio de Mondragón, de voormalige residentie van Ronda's Moorse koningen en later van de christelijke overwinnars. Een (later toegevoegd) renaissanceportaal geeft toegang tot de ruime binnenplaatsen waar hoefijzervormige bogen, Arabische inscripties en tegelversieringen de oorsprong van dit statige bouwwerk verraden. Sommige vertrekken zijn niet toegankelijk voor bezoekers, maar u kunt wel naar de tuin met zijn granaatappelbomen of het dakterras gaan, waar vroeger de Moorse heerser zijn vruchtbare velden overzag.

    Twee straten verder is de voornaamste moskee van Ronda bewaard gebleven als de kerk Santa María la Mayor. De minaret werd verbouwd tot klokkentoren en een gotisch schip werd toegevoegd aan het oorspronkelijke gebouw, later gevolgd door een hoogaltaar in 16de-eeuwse platerescostijl en mooi bewerkte, barokke koorstoelen. De kerk staat aan het voornaamste plein van El Ciudad, het ruime Plaza de la Duquesa de Parcent.

    Breng op de terugweg naar de Puente Nuevo een bezoekje aan het Palacio del Marqués de Salvatierra, een mooi renaissanceherenhuis. Het wordt nu gebruikt als vakantieadres van deze aristocratische familie, maar wanneer de Salvatierras afwezig zijn, worden er elk half uur rondleidingen gegeven. De opvallende naakten boven de ingang stellen Inca-Indianen voor; ze herinneren aan het feit dat het paleis werd gebouwd in de tijd dat Amerika werd ontdekt en veroverd. Ook de afbeeldingen van de ontdekkingsreizigers Columbus en Pizarro doen denken aan dit bewogen verleden.

    Als u door de weelderig ingerichte vertrekken loopt, zal de gids u wijzen op de traditionele meubelen, zoals het vargueño (cilinderbureau) en het brasero (komfoor). Gevuld met hete kolen en geplaatst onder een tafel met een lang, vallend kleed worden de voeten verwarmd van degenen die rond de tafel zitten. De rest van het lichaam werd waarschijnlijk opgewarmd met brandy. Achter het herenhuis loopt de weg in een bocht naar de tajo, waar nog twee bruggen het ravijn overspannen: de Puento Viejo (Oude Brug), gebouwd in 1616 op Romeinse fundamenten, en de Moorse Puente San Miguel. Beide bruggen bieden een machtig uitzicht op de kloof. Beneden bij de rivier liggen de Baños µrabes (Moorse baden), waarvan het overwelfde dak onbeschadigd is.

    Terug over de Puente Nuevo in El Mercadillo is de belangrijkste bezienswaardigheid Ronda's neoklassieke Plaza de Toros, één van de oudste arena's van Spanje. Deze arena uit 1785 wordt beschouwd als de bakermat van het moderne stierengevecht en is als het ware een heiligdom voor de liefhebbers van de corrida. Onder de bogen van de arena is een klein museum met herinneringen aan de fameuze stierendoders uit het gezin Romero en hun 20ste-eeuwse opvolgers, de clan Ordóñez.

    Ronda bezit twee historische hotels. De dichter Rainer Maria Rilke verbleef ooit in het Victoria Hotel, waar zijn kamer als museum is ingericht, en een moderne parador is ondergebracht in het oude raadhuis nabij de arena aan de rand van de kloof. Ten zuidwesten van de stad leidt een 25 kilometer lange weg door de Serranía de Ronda naar Cueva de la Pileta (volg de wegwijzers naar Benoaján). De prehistorische mens zocht hier beschutting in de diepe grotten. Een gids met lamp gaat voorop door de onderaardse gangen. Neem zelf ook een zaklantaarn mee om de prehistorische kunst op de wanden beter te kunnen zien.

    Realistische tekeningen in oker en zwart van een stierenkop en een drachtige hengst dateren uit het Paleolithicum, ruim 25.000 jaar geleden. Tot de Romeinse ruïnes van Acinipo, ongeveer 19 kilometer ten westen van Ronda (volg de borden vanuit de stad) behoort een theater.

    Bekijk aanbod Spanje