Cartagena is een havenstad in het oosten van Spanje, in de regio Murcia. Een bezoek aan de stad zou dan ook moeten beginnen bij de haven die door admiraal Nelson werd bestempeld als één van de veiligste van de Middellandse Zee. De Zeemuur, of Muralla del Mar, gebouwd in opdracht van de Spaanse Koning Karel III, loopt langs de haven en biedt beschutting aan het oude stadscentrum. Aan het einde van de muur staat het originele prototype te kijk van de onderzeeboot van de Cartageense uitvinder Isaac Peral, die te water werd gelaten in Cadiz op 8 september 1888. Als we de haven achter ons laten en de stad intrekken, stuiten we direct op het gemeentehuis, het Ayuntamiento, een weelderig versierd meesterstuk van modernistische architectuur met majestueuze marmeren opgang. Door de straat Calle del Cañó, komt men via de Cuesta de la Baronesa bij de oude domkerk, de Catedral Vieja, het oudste gebedshuis van de stad (de exacte leeftijd is onbekend, maar alles wijst erop dat hij is gebouwd halfweg de 12de eeuw), en het Romeins theater, Teatro Romano, (1ste eeuw voor Christus) dat, met dat van Méida, beschouwd wordt als het belangrijkste van Spanje.
Dit theater werd ontdekt in 1987 en op dit moment is men volop bezig met de opgravingen. Afdalende komt men bij de Calle Mayor, de hoofdstraat van de stad waar de modernistische bouwstijl in elk portaal en elke gevel terug te vinden is. Bijzondere vermelding verdienen Casas Cervantes en Llagostera, met hun fraai tegelwerk, de Gran Bar, en het Casino, een belangrijk ontmoetingspunt in de stad. Parallel aan de Calle mayor ligt de Calle del Aire, waar de kerk Iglesia de Santa María de Gracia onderdak biedt aan de Cuatro Santos, de vier schutsheiligen van de stad, een beeldhouwwerk van de in Murcia geboren kunstenaar Francisco Salzillo. Verderop, aan het Plaza de San Sebastian, staat een ander belangrijk symbool uit het modernistische tijdperk van de stad, het Gran Hotel, tegenwoordig in gebruik als bankgebouw; andere voorbeelden van dezelfde architectuur zijn het treinstation, Casa Maestre, Casa Dorda, Hotel Zapata en het Palacio Aguirre.
In de straat Morería Baja, bij de Puertas de Murcia voormalige ingang van de oude middeleeuwse stad, staan de resten van een Romeinse zuil. Het Palacio Pedreñ, op de splitsing van de straten Calle del Carmen en Calle de Sagasta, heeft een opmerkelijke marmeren trap en een bijzonder mooie danszaal. Ter afsluiting van de wandeling loopt men naar het Parque Torres, met het Castillo de la Concepción, het oudste kasteel van deze stad, die achtereenvolgens Fenicisch, Romeins, Westgotisch, Moors en Castiliaans is geweest. In de plooien van de heuvel staan twee representatieve gebouwen, het voormalige zeemanshospitaal, Hospital de la Marina, bestemd voor de technische universiteit, en de stierenvechtersarena, Plaza de Toros, waaronder het Romeins amfitheater is ontdekt. Obligate onderdelen van een bezoek aan Cartagena zijn verder het Gemeentelijk Archeologisch Museum, het Nationaal Museum voor Onderwaterarcheologie, het scheepvaartmuseum of Museo Naval, en het museum van de Byzantijnse Muur, Sala Municipal de la Muralla Bizantina; dit laatste biedt een blik op interessante resten van de twee meter dikke muur die door de Byzantijnen werd opgetrokken rond e oude stad in de jaren 589 en 590. langs de havenweg, richting Murcia, komt de bezoeker langs de vissersbuurt bij uitstek, Santa Lucía.
